logo boonappetit

In de boekwinkel

In de boekwinkel

In de boekwinkel

 

‘Jij neemt ook alles aan’, zegt mijn man wel eens lachend als we samen boodschappen doen. Folders, samples, krantjes, ik neem het aan of ik kijk de persoon aan en bedank vriendelijk.

Nu ben ik heus geen model Nederlander hoor, maar toen ik nog studeerde en diverse bijbaantjes had liep ik onder andere met van die grote houten borden op mijn buik folders uit te delen of in een berenpak leuk te doen. Ook deed ik telefonisch enquêtes. Al die bijbaantjes hebben ervoor gezorgd dat ik een dikke huid heb gekregen en dat ik daarom bijna alles aanneem.

Nu ik met mijn kookboek Koken met kleur! aan een soort boektoer langs allerlei boekwinkels en een enkele kookwinkel trek, komt die dikke huid me soms goed van pas.

In de eerste plaats is het vaak érg leuk om in een boekhandel te gast te zijn. Boekhandelaren en hun medewerkers zijn leuke hardwerkende mensen met een passie: boeken. En écht daar kan het internet niet tegen op. Ook is zo’n toertje langs boekhandels goed voor mijn topografische kennis. Als Randstedeling uit de hoofdstad houdt mijn kennis buiten de ring vaak al op. Inmiddels weet ik hoe lieflijk Goes is, hoe aardig de mensen in Zwolle zijn, dat Ossenaren warm zijn en Amstelveen en Haarlem druk, dat Brabanders minder op hebben met vegetarisch en Alphen aan de Rijn leuke inwoners heeft en Rotterdammers zeer joviaal zijn.

In een aantal boekhandels heb ik zowaar al fans. Sommige boekwinkels hebben een leestafel en die zit soms vol met trouwe lezers. Ik kan u niet zeggen hoe leuk dat is. Ook staan er soms bij mijn komst al mensen te wachten. Dat ik dan net uren in de auto heb gezeten en nodig plassen moet, vergeet ik dan op slag.

Ik krijg veel vragen en opmerkingen, sommige zijn hartverwarmend, andere soms wat bot en weer andere een beetje schokkend. Ik zal een kleine bloemlezing geven:

‘Ah dit is zeker uw eerste boekje?’

‘Fijn hè zo’n leuke hobby!’

’Bent u bekend? Ik ken u namelijk niet en ik kén alle kookboeken die verschijnen.’

‘Ik vind het vies.’

‘Ik zag u op tv.’

‘Ik las erover in de krant.’

‘O ik kook heel vaak uit uw andere boek Bonen!

‘Heerlijk!’

'Heeft ú dat geschreven? Maar dat is een heel dik boek!'

Mijn boek uitgebreid doorbladeren en dan een foto van een recept maken.

‘Gatver!’ (persoon spuugt het voor mijn neus uit)

‘Dat ziet er niet lekker uit.’

Na een vorsende blik op mijn hapjes op jolige toon zeggen: ‘Nou nee!’

Ook maak ik mooie gesprekken mee. Zo was er een mevrouw die toen ik haar worteltaart aanbood zei, ‘Dat maakte mijn zoon ook altijd zo lekker’. Als ik zeg dat ze in de verleden tijd praat hoor ik een schrijnend verhaal over een kortgeleden overleden zoon, een dementerende man en de leegte van het bestaan. In dat geval wikkel ik een paar stukjes cake in een servetje voor later bij de thee. Natuurlijk koopt zo iemand niet mijn boek. Maar daar gaat het op zo’n moment dan ook niet meer om.

Of de mevrouw die zei dat ze nooit meer kookte sinds haar man was overleden. Als we aan de praat raken dat eten en koken ook zorgen voor jezelf is geef ik haar wat mee voor thuis bij de thee. Een half uur later is ze er weer. ‘Ik was thuis en moest nadenken over wat je zei. Ik vond je zo lief en je zei precies wat mijn man altijd zei. Ik wil je boek en ga weer koken.’

Dat zijn dagen met een gouden randje. En of ik er dan veel verkoop dat maakt dan niet eens veel uit.

Nu ben ik moe. Van alle kilometers, alle hapjes bakken en alle gesprekken. Van mensen aanspreken en vertellen. Daarom hou ik lang vakantie. En daarna ga ik weer vrolijk verder, want de contacten die ik maak zijn een mooi tegenwicht van in je eentje schrijven.

Fijne zomer!

Geschreven door : Joke Boon