OOGST is smullen

OOGST is smullen

OOGST is smullen

Wie zaait zal oogsten. Marleen van Es moestuiniert en kookt én bedenkt heerlijke vegetarische recepten met wat haar tuin aan oogst oplevert. Eerder (2015) schreef zij Eten uit de volkstuin en nu is daar Oogst, Eten en koken met de seizoenen (Nw A’dam 34.99).

Aanvankelijk bedoeld om de recepten kwijt te kunnen die niet in het vorige boek pasten, maar al snel veranderde dit en kwamen alle groenten, kruiden en fruit erin waar Marleen van houdt. Marleen is een veelzijdig talent: behalve alles verbouwen in haar tuin, bedenkt en schrijft ze de receptuur, stylde ze de gerechten en fotografeerde ze die op prachtige wijze. Dit boek is jaloersmakend mooi. Het lijkt namelijk zo eenvoudig, alsof je wat eten op een bord legt en dan klik. Maar schijn bedriegt. Zo kookte ik het gerecht van de cover; slasoep. En hoewel ik mijn best deed is het een wereld van verschil met de foto van Marleen. (Die soep is echt een vondst om lekker veel groenten te eten en een krop sla weg te werken.) Ook maakte ik de granola met pruimencompote en die was ook al zo heerlijk. Het boek is fraai vormgegeven en in seizoenen opgedeeld; vooraf aan elk seizoen vind je de gerechten ingedeeld in de categorie waartoe het hoort. Leuke gerechten zoals pompoen in het kampvuur, frambozencheesecake, pruimenrepen en Oost-Indische kerspesto. Behalve foto’s van de gerechten ook mooie detailfoto’s van groente, fruit en kruiden.

Ik vroeg Marleen of dit boek alleen voor mensen met groene vingers en een bijbehorende moestuin is. En heeft ze misschien nog wat tips voor de beginner onder ons? ‘Moestuiniereren is vaak een beetje trial and error. Begin met het zaaien van een paar groenten die je lekker vindt. Lees de aanwijzingen op de verpakking en geef regelmatig water om het kiemen van de zaden een beetje te helpen. Houd de kleine plantjes in de gaten en bescherm ze eventueel tegen slakken en vogels. In het begin is het moeilijk om je door je enthousiasme te beperken tot een paar groenten. Toch is dat wel belangrijk omdat je al snel teveel zaait waardoor je geen tijd hebt om alles te verzorgen. Verspenen, het uitplanten in de tuin, water geven en het onkruid wieden, kost allemaal best veel tijd.’ Hoeveel tijd ben je er zelf mee bezig? Ik probeer één dag per week naar de tuin te gaan. En in het voorjaar twee dagen omdat er dan zoveel te doen is. Maar dat lukt niet altijd, soms is het thuis en op het werk te druk.’ Hoe ben jij ooit zelf begonnen? ‘Bij mijn eerste studentenkamer hoorde een tuintje van vier bij tien meter. Dat was echt supertof. We zaten in het gras en konden gewoon thuis picknicken. In die tuin begon mijn interesse in tuinieren. Een echte moestuin wilde ik pas toen we verhuisden naar het huis waar ik nu woon. We hebben nu een kleine stadstuin. En hoe moest dat, vroeg ik me af want ik rommelde graag ik de tuin. Het wroeten in de aarde heb ik echt nodig. Vlak na de verhuizing besloot ik een volkstuin te gaan huren. En ik bedacht dat ik maar meteen als moestuin moest inrichten.’ Is dit boek ook voor mensen zonder groene vingers? ‘In het eerste boek staan behalve recepten ook teksten over de moestuin met veel tips. Het tweede boek bevat alleen recepten. Recepten die je buiten kunt eten of mee kunt nemen naar een picknick. Tussen de recepten staan foto’s van tuinen en landschapen in verschillende seizoenen. Je hebt geen groene vingers nodig.’ Is alles te koop? ‘Nee, niet alles is te koop. Er staan een paar recepten in waar je ingrediënten voor nodig hebt die je niet of niet makkelijk kunt kopen. Bijvoorbeeld citroenmelisse, brandnetel en vijgenblad.’